Traceability
Stap 1 On-line informatie over de runderen
De aangevoerde Nederlandse runderen worden via het oormerknummer aangemeld bij het on-line Identificatie en Registratie (I&R) systeem. Via dit systeem heeft Weyl direct toegang tot alle gegevens van het rund zoals: het oormerknummer van de moeder, geboortedatum en -land en het land waarin het rund is opgegroeid. Ook kan m.b.v. de UBN-codes van de leveranciers worden bepaald op welke bedrijven het rund is geweest. De buitenlandse runderen worden m.b.v. hun paspoort gecontroleerd en vastgelegd in het systeem. Deze registratie staat onder continu toezicht van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).
Stap 2 Identificatie en controle
Voorafgaand aan het slachten wordt het rund volledig geïdentificeerd en worden deze gegevens on-line vastgelegd in het geautomatiseerde traceability systeem. Tijdens het productieproces vindt controle plaats op de identiteit aan de hand van de oormerknummers van runderen. In verband met de volledige traceability, noodzakelijk voor de preventie van BSE-besmetting, worden diverse labels geprint die aan verschillende onderdelen van het rund worden bevestigd.
Stap 3 Afgebakende productiebatches  Ten behoeve van het productieproces worden productiebatches samengesteld. Dit betekent dat de runderen worden gesorteerd op eigenschappen zoals geslacht, land van herkomst en kwaliteitsklasse. Alle informatie die hoort bij het oormerknummer van het rund en het productiebatchnummer van dat moment, worden afgedrukt op een identificatielabel. Alle bouten (twee voorbouten en twee achterbouten per rund) worden gewogen en voorzien van bovenstaand genoemd identificatielabel. Aan de hand van de barcode op het label worden de bouten gescand en toegekend aan de voorraadadministratie. Er worden per dag meerdere batches met bouten op deze manier geproduceerd.
Stap 4 Informatie op de verpakking
Op de uitsnijderij/veredeling werkt men met het productiebatchnummer verder. Aan de hand van dit nummer worden etiketten geprint. Deze zijn bestemd voor de diverse vleesdelen, die na het uitbenen en kanten beschikbaar komen. De producten worden verpakt en voorzien van deze etiketten. Op deze etiketten wordt, in de door de klant gewenste taal, afgedrukt: Land van geboorte, land waar het dier is opgegroeid, land waar het dier is geslacht (incl. het EG-nummer van het bedrijf), land waar het vlees is uitgebeend (incl. EG-nummer van het bedrijf), houdbaarheids- en verpakkingsdatum, bewaaradvies, gewicht en eventueel op verzoek een barcode om bijvoorbeeld in de supermarkt te kunnen scannen.
Stap 5 Tracering via het eindproduct
 Ieder label op de verpakking, bijvoorbeeld de doos of krat waar de vleesdelen in verpakt worden, wordt ook nog eens voorzien van een unieke identificatiecode. Deze code wordt gescand en zo is van ieder eindproduct de bestemming bekend. Bij eventuele calamiteiten, is aan de hand van de identificatiecode terug te traceren naar de productiebatch met de daarbij behorende runderen.
Stap 6 Etikettering verplicht bij de slager en supermarkt
 De eerder genoemde informatie op de etiketten is wettelijk verplicht, ook voor voorverpakt vlees en vlees in een bedieningscounter. Het is dus van belang dat de slager of de supermarkt kan beschikken over de juiste informatie. Door het automatiseren van dit traject is de informatieverschaffing niet foutgevoelig en is het goed te controleren door bijvoorbeeld de Voedingswarenautoriteit. Hiermee is te allen tijden een beheerste goederenstroom gewaarborgd en lopen we voor op veel van onze collega's in de markt.
Heeft u nog specifieke vragen over kwalilteitszorg, klikt u dan hier voor contact met onze Afdeling Kwaliteitszorg. |